Tussen 23 juli en 2 augustus 1921 vond het eerste Nationaal Congres van de Communistische Partij van China (CPC) plaats, waarbij de voorheen kleine en verspreide groepen Chinese communisten officieel binnen één organisatie werden verenigd. Het congres werd aanvankelijk gehouden in een huis in de Franse concessie van Shanghai, maar werd na een politie-inval uiteindelijk verplaats naar een boot op het Zuidmeer nabij Jiaxing.
Aanwezig waren 13 afgevaardigden die in totaal 57 leden vertegenwoordigden, zowel in China als in het buitenland. Onder hen bevonden zich de vooraanstaande intellectuelen Li Da en Li Hanjun, die tot de eersten behoorden die Marxistische literatuur in China vertaalden en verspreidden, evenals Chen Duxiu, die bij verstek tot secretaris-generaal werd gekozen. Ook aanwezig waren Zhou Fohai en Cheng Gongbo, die beiden later lid zouden worden van de nationalistische Kuomintang (KMT) alvorens te collaboreren met de Japanse fascisten. Van deze afgevaardigden bleven alleen Mao Zedong en Bong Biwu lid van de CPC toen de Volksrepubliek China in 1949 werd uitgeroepen. Ook aanwezig waren twee vertegenwoordigers van de Komintern, Vladimir Neumann en Henk Sneevliet, die beiden een belangrijke rol speelden bij de organisatie van het congres.
Zo begon de communistische revolutie in China vanuit een verzameling kleine en ongeorganiseerde studiegroepen, waarvan het totale ledenaantal in de eerste jaren van haar bestaan nooit meer dan een paar honderd bedroeg. In 1924 telde de CPC ongeveer 1.000 leden; in 1927 was dit aantal gegroeid tot meer dan 57.000, en tegen het einde van de Oorlog van Verzet tegen Japan zouden er meer dan een miljoen tot haar gelederen behoren. Net als de bolsjewieken in Rusland slaagde de CPC erin de superieure kwaliteit van haar marxistisch-leninistische wereldbeeld om te zetten in kwantitatieve groei, die in de loop van de tijd versnelde totdat zij uiteindelijk de aanvankelijk veel grotere KMT in de schaduw stelde.
Maar de geschiedenis is noch lineair, noch vooraf bepaald: er waren zowel overwinningen als nederlagen, waarbij elke overwinning de voorwaarden schepte voor een nieuwe nederlaag, en elke nederlaag de voorwaarden schepte voor een nieuwe overwinning. Tactische terugtrekkingen werden omgezet in strategische opmarsen, en tactische opmarsen werden omgezet in strategische terugtrekkingen.
De CPC was de partij die haar invloed onder de massa’s had uitgebreid via haar alliantie met de burgerlijke KMT, maar het was ook de partij die haar afhankelijkheid met bloed moest bekopen toen dit Verenigd Front plaatsmaakte voor een Witte Terreur. Het was de partij die een Chinese Sovjetrepubliek had gesticht als een baken in een zee van reactie – een zee die bij elke opeenvolgende golf had geprobeerd de revolutie te verdrinken, maar daarin telkens had gefaald. Het was de partij die na een schijnbaar eindeloze terugtocht deze golven op de bergen van Yan’an brak en het baken weer deed oplichten – sterk gedimd maar nog niet gedoofd. Het was de partij die een historische nederlaag omzette in een zegevierende opmars die de reactionairen van het vasteland de zee in dreef. Het was de partij die een overwegend pre-industriële boerensamenleving – kapitalistisch van aard, maar bijna feodaal van vorm – omvormde tot een industriële en proletarische samenleving die zich in het proces van de ontwikkeling van het communisme bevond. Het was de partij die begreep dat de revolutie moest worden uitgebreid tot de staat en de partij zelf, die beide overblijfselen zijn van de burgerlijke samenleving en geen bestaansrecht buiten dat zij de mensheid verder in de richting van het Communisme brengen.
Maar het is ook de partij die, net als alle andere partijen vóór haar, uiteindelijk bezweek onder de interne tegenstellingen die zij zelf had gecreëerd. De partij die, in plaats van de revolutie voort te stuwen, ervoor koos stil te blijven staan in de stroom van de geschiedenis, totdat de stroming haar terugvoerde naar de burgerlijke samenleving. Vandaag de dag zijn zowel de Chinese staat als de CPC slechts een instrument van de bourgeoisie geworden ten dienste van de kapitaalcyclus, net zoals zoveel andere „communistische” partijen dat zijn geworden. China heeft niet alleen het kapitalisme opnieuw ingevoerd, maar is ook uitgegroeid tot een van de machtigste imperialistische landen ter wereld, op de Verenigde Staten na, en eist daarmee een nieuwe herverdeling van de wereld zodat ook zij haar “rechtmatige” aandeel kan krijgen.
Dit is de geschiedenis van de Communistische Partij van China, wier bijdragen aan de communistische revolutie we in hun totaliteit moeten bestuderen, en niet aan de hand van de versteende overblijfselen van het verleden. Het is een voorbeeld van hoe een kleine en onervaren groep communisten zich door middel van een juist wereldbeeld, een juiste strategie en tactiek heeft omgevormd tot een Communistische Partij. Tegelijkertijd drukt het de verschillende omstandigheden uit die de oorspronkelijke constitutie van de Internationale Communistische Beweging (ICB) onderscheidt van de huidige taak van haar reconstitutie.
Het volstaat niet langer om een eclectische groep communisten in een formele organisatie samen te brengen, of om de ICB te verenigen rond een vage reeks „principes” waarvan de inhoud omstreden en onduidelijk blijft. De overwinning en de nederlaag van de vorige revolutionaire cyclus hebben niet alleen nieuwe tegenstellingen voortgebracht waarvoor geen kant-en-klare oplossingen bestaan, maar maken het ook mogelijk en noodzakelijk dat hedendaagse communisten vanuit een hoger stadium beginnen dan aan het begin van de revolutionaire cyclus. De verstarde tradities uit het verleden hebben het marxisme verkalkt en de revolutionaire essentie ervan verdoezeld; nu is het onze taak om deze te herstellen en verder te ontwikkelen – om met heel ons wezen te strijden voor de emancipatie van de mensheid van zichzelf.
Voor de Reconstitutie van het Communisme!
Proletariërs aller landen, verenigt u!

